Zelf aan de slag

A-ni-ma-tie. Wat is dat?

Bij die vraag zien we meteen plaatjes uit films die we kennen. Oud en jong, groot en klein. Of we zien wel meer plaatjes van figuurtjes die we leuk of grappig vinden. Denk aan Caroline, The Simpsons, De Roze Panter, Het Molletje, Buurman en Buurman, South Park, Pingu, Martin Morning, Shaun the Sheep, Dora of Spongebob. Iedereen kent wel een of meer van deze figuren. Van de televisie of uit de bioscoop.

Gewoon plat of in 3D met een brilletje.
Lief of stoer, spannend of grappig.
Of allebei.

Sientje
Sientje van Krista Moesker

Er zijn ook minder bekende films. Zoals de korte film Sientje.
Over een boos meisje, ook lief, stoer, spannend en grappig.

We weten meteen wanneer iets animatie is. Ook al zijn ze allemaal heel verschillend. Ze zijn allemaal niet echt. Maar vaak wel nét echt. Ze leven allemaal. De raarste poppetjes en figuren doen de gekste dingen alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.

Wat in het echt niet kan.
Dat maakt animatie zo leuk!

Animatie maken vraagt veel geduld. Het kost soms jaren om een animatiefilm te maken. Sommige technieken zijn zo moeilijk dat het wel gekkenwerk lijkt. Maar omdat alles kan en alles mogelijk is willen filmmakers er met alle plezier toch veel tijd in stoppen.

Met animatie kunnen dingen die met gewone film niet kunnen. Animatie kan gewone voorwerpen en zelf verzonnen dieren of mensen tot leven brengen. Het kan zelfs een hele sprookjeswereld, of onze fantasie echt laten worden.

Echt álles kan! Je weet vast wel een voorbeeld te verzinnen uit een tekenfilm van iets dat eigenlijk echt niet kan.

Alles kan in animatie!
Het is net als goochelen.
Of toveren!

Alles kun je vanzelf laten bewegen en alles kan in van alles transformeren. Dat is een moeilijk woord voor iets in iets anders laten veranderen. De geest uit de wonderlamp van Aladdin verandert steeds van vorm. Doe dat in het echt maar eens na!

Het geheim van animatie is, dat de beweging beeld voor beeld gemaakt wordt. De filmmaker maakt een foto van een kleifiguurtje, of een voorwerp, bijvoorbeeld een beker. Voordat er een volgende foto wordt gemaakt wordt het kleifiguurtje een beetje verbogen en de beker een stukje verschoven. Dus eigenlijk maak je animatie door klik! een foto te maken, een beetje verschuiven, klik! de volgende foto te maken, een beetje verschuiven en dan weer klik! de volgende foto te maken.

OK, allemaal losse foto’s dus.
Maar film beweegt toch?

Ja, film en televisie vertonen heel snel achter elkaar allemaal losse foto’s. Bij gewone film maakt een camera iedere seconde net zoveel plaatjes als er nodig zijn voor het afspelen (meestal 24). Daar merken we niets van, omdat onze hersenen niet zoveel verschillende plaatjes los van elkaar kunnen zien. De plaatjes vloeien in ons hoofd samen tot een mooie beweging. En zo werkt het ook bij animatie. Alle gemaakte losse foto’s zien we als een beweging zoals die door de animatiefilmer is bedacht. En omdat het allemaal losse plaatjes zijn kun je dingen laten gebeuren die in het echt niet kunnen.

En omdat alles kan is animatie zo populair bij groot en klein! Een spons die op de bodem van de zee malle avonturen beleeft of twee mompelende buurmannetjes die knutselend over elkaar buitelen zonder maar een been te breken. Of wat denk je van muizen en eenden die lopen en doen als mensen? Ja Mickey Mouse en Donald Duck, wie kent ze niet?

Hoe begon het allemaal?
Er zijn niet altijd spelcomputers geweest of mobiele telefoons of televisie. Zo is er ook niet altijd animatie geweest. Maar het is al wel heel oud. Wanneer is het uitgevonden? Door wie? En hoe? Animatie begint aan het einde van de 19e eeuw. Alweer meer dan honderd jaar geleden. Op kermissen en in het theater waren uitvindingen te zien waarmee de eerste animaties werden gemaakt. We hebben al gezien dat ons oog losse beeldje aan elkaar plakt tot een beweging. De vroege uitvinders uit de geschiedenis gebruikten dat heel slim. Als de beelden elkaar niet snel genoeg opvolgen zien we losse plaatjes. Er waren al snel heel verschillende apparaten.

Sommige zijn heel gemakkelijk zelf te maken.
Als je verder klikt kan je leren hoe je deze animaties ook thuis kunt maken!

Zelf een wonderschijf maken!
Als je twee verschillende plaatjes heel snel na elkaar ziet lijken ze net één plaatje. Dit werd al in 1824 gebruikt voor de thaumatrope, het moeilijke Griekse woord voor wonderschijf. Op het plaatje hieronder zie je een oude wonderschijf. Als je de plaatjes naast elkaar ziet zijn het gewoon twee losse plaatjes, maar als de schijf heel snel ronddraait lijkt het net alsof de man op het paard staat. Als je bedenkt dat dit helemaal nieuw was voor mensen in deze tijd begrijp je wel waarom ze het een wonderschijf hebben genoemd!


Een wonderschijf

Voor mensen die nog geen film, computers of games kenden, niet eens elektrisch licht was het een klein wonder.

Zelf een flipboekje maken!
Een flipboekje is een boekje waarvan je de bladzijden met je duim door kunt bladeren. Hierdoor beweegt er een kort filmpje tussen je vingers. Het is heel eenvoudig te maken maar wat je te zien krijgt kan heel wonderlijk zijn. In het Duits gebruiken zie hiervoor het mooie woord duimenbioscoop. De tekeningetjes gaan bewegen en het lijkt alsof het figuurtje tot leven komt. Wist je dat daar het woord animatie vandaan komt? Het is Grieks en betekent eigenlijk tot leven brengen. Vind je dat goed gekozen?


Een flipboekje.
Door druk met je duim uit te oefenen, kun je snel door het boekje heen bladeren.

Fotografie
Toen de fotografie werd uitgevonden werd het ook mogelijk om de eerste echte animatiefilms te maken. Het was een Engelse fotograaf (Eadweard Muybridge) die met zijn experimenten aantoonde hoe belangrijk fotografie voor animatie is. Hij wilde de beweging van een paard op foto’s vastleggen. Hij was heel slim en plaatste een heleboel fotocamera’s op een rij. Dan liet hij het paard voorbij rennen. De camera’s maakten een foto precies wanneer het paard langs de camera liep. Zo maakte elke camera een foto en kreeg de fotograaf een heleboel foto´s. Elke foto liet steeds een anders stukje van de beweging van het paard in galop zien. Het werk van deze beroemde fotograaf is nu nog steeds belangrijk voor veel animatiefilmers. Hiernaast zie je wat van die paardenfoto’s heel snel achter elkaar. Samen zijn ze net een animatiefilm. Het hele onderzoek was begonnen omdat de fotograaf wilde weten of een paard in galop op een moment alle vier de benen tegelijk op de grond heeft. Daar heeft hij nu een antwoord op. Weet jij het?

Tekenfilm
Nu de fotografie was uitgevonden konden ook tekeningen op film worden gezet. Door tekeningen die steeds een beetje anders waren op film op te nemen ontstond de tekenfilm. Tekenfilm is de oudste vorm van animatiefilm en een van de bekendste. Door duizenden tekeningen achter elkaar op te nemen vertellen filmers een verhaal. Hiernaast zie je de stapels tekeningen die De Amerikaanse filmmaker Winsor McCay heeft gemaakt voor zijn animatiefilm Gertie de Dinosaurus. Tekenfilm werd heel populair door de films van Walt Disney en Max Fleischer. De figuren uit hun films zijn nog veel bekender dan de makers. Wie kent niet Popeye en Mickey Mouse? De eerste films waren in zwart-wit en zonder geluid. Er werd dan soms ook wel muziek bij de vertoning gemaakt. Soms was er een verteller bij die er het verhaal bij vertelde. Nu spreken beroemde acteurs in een studio de stemmen van de dieren in en die worden opgenomen.

In Nederland worden geen lange animatiefilms gemaakt. Wel maken animatiefilmers hier korte films. Shipwrecked van Frodo Kuipers gaat over een jacht op geld. Met piraten!
Zie je in deze film dingen die in het echt niet kunnen?

Overal en op allerlei manieren!
Daarna kwam er ook kleur in de film en film met geluid. Alles wat we nu heel gewoon vinden. Nu hebben we zelfs films die we met een brilletje als ruimtelijk zien. En we zien animatie niet meer alleen in de bioscoop maar ook op televisie, op de computer, de spelcomputer en op een mobiele telefoon.

Ja, animatie is veel meer dan alleen tekenfilm. Er zijn animaties gemaakt met poppen en met klei en nu is er ook computeranimatie. Omdat animatie beeld voor beeld (weet je nog, foto voor foto, klik! Klik! Klik!) wordt gemaakt is alles mogelijk. Door de computer lijkt het allemaal nog veel echter. Daarom wordt het niet alleen gebruikt in bioscoopfilms als De Smurfen of RIO maar ook in computerspelletjes en reclame. Om het nóg mooier en nóg echter te laten lijken. Want dat willen veel filmmakers en zeker in reclamefilms.

Alles moet er mooier, leuker en spannender uitzien dan in het echt. Daarom gaan we ook een beetje naar de bioscoop toch? En er komt nog heel veel meer. Want het allerleukste met animatie is: alles wat je bedenkt, kun je er mee maken! En dat hoeft niet zo heel moeilijk te zijn. Je kunt met alles wat je hebt en bedenkt animatie maken. Er zijn mensen die maken animatie met speelgoed zoals Lego of Play Mobiel. Kijk maar eens naar dit filmpje op internet.

Hoe wordt animatie gemaakt?
Dat weten we nu. Beeld voor beeld. Maar omdat het zoveel werk is moet de filmmaker goed weten wat hij wil. Vaak begint de animator eerst met wat ideetjes en tekeningen van de hoofdrolspelers. Dan bedenkt hij een verhaal en dan maakt hij een soort stripverhaal met daarin de belangrijkste dingen uit de film. Dit heet een storyboard. In het storyboard kun je bijvoorbeeld zien, hoe groot iemand in beeld moet staan en hoeveel je van de achtergrond ziet. Ook staat er in het storyboard, hoelang een stukje van de film duurt. En natuurlijk wat eerst komt en wat als laatste.

Er zijn technieken, waarbij de animatiefilmer meteen begint met het maken van de bewegingen, zoals bij tekenfilm. De tekenfilmmaker maakt heel veel tekeningen, die telkens een beetje anders zijn; een arm die moet bewegen, wordt steeds een klein beetje in een andere houding getekend.

Maar er zijn ook technieken, waarbij eerst allerlei dingen moeten worden gemaakt . Voor poppenanimatie moeten er natuurlijk eerst poppen zijn! En natuurlijk ook een omgeving waarin de poppen gaan spelen. In toneel en film noemen we dat een decor. Pas als die klaar zijn gaat de animatiefilmer alles in beweging zetten. Een arm laten bewegen gebeurt door de arm telkens een klein beetje te verbuigen, klik!. Na iedere verandering maakt de animator een beeldje, een foto. Voor elke seconde film moet je 24 foto’s maken. Een mooi voorbeeld van kleianimatie is Tempera van de Nederlandse animatiefilmer Liesbeth Worm.

Hierin veranderen de figuurtjes ook steeds van vorm. Weet je nog?
Dat heet met een moeilijk woord transformatie.

Om alles echt tot leven te brengen, is er dus geduld maar ook muziek en geluid nodig. Als je beeld voor beeld werkt, kun je geen geluiden opnemen. Voor animatiefilm moet je de geluiden zelf maken of zoeken. Als alle beelden zijn opgenomen wordt er geluid en muziek toegevoegd en wordt het pas echt film. Leuk is dat je in animatie ook andere geluiden kunt toevoegen aan een beweging. Een voetstap wordt veel leuker met het geluid van een trommelslag erbij.

Weet jij grappige combinaties tussen geluid en plaatje te bedenken?

Nog meer leuke filmpjes vind je hier!
This Side Up van Demian Geerlings
Hero van Greetjan Tillmans
of filmpjes die door kinderen in de klas zijn gemaakt!

Wil je eens een spreekbeurt houden en wil je meer weten? Stuur dan een mailtje.